De aantasting is goed herkenbaar. Kenmerkend zijn de zwart-bruine,
enigszins hoekige vlekken met concentrische ringen. De grootte
van de vlekken varieert van enkele milimeters tot 2 centimeter.
De aantasting vindt plaats op het hele perceel, vanaf de aanvang
van de rijping van het gewas, dus wat later in het groeiseizoen.
Ja, Alternaria kan in aardappelen veroorzaakt
worden door Alternaria solani en Alternaria alternata. Eigenlijk
is er maar één soort echt belangrijk. Dat is Alternaria
solani.
Op de eerste plaats de snelle afsterving
van het loof. Alternaria kan zich razendsnel uitbreiden en het
gewas sterft veel te vroeg in een hoog tempo af en dat kost altijd
de nodige kilo’s. Daarnaast kan Alternaria ook de knollen
aantasten. Schade door Alternaria moet dus niet worden onderschat.
Een bespuiting met Amistar is al snel rendabel.
Ja, Alternaria solani wel maar Alternaria alternata niet. Knolaantasting
is alleen mogelijk als de knol beschadigd is. Want via huidbeschadigingen
kunnen sporen de knol binnendringen. Deze beschadigingen kunnen
ontstaan bij het rooien onder te droge omstandigheden. Tijdens
de bewaring breidt de aantasting zich dan uit, waardoor er een
aanzienlijk percentage uitval ontstaat. Schade door Alternaria
solani moet dus niet worden onderschat. Een bespuiting met Amistar
is al snel rendabel.
Alternaria solani tast gezonde planten aan. Tegelijkertijd produceert
de schimmel een giftige stof die het blad vernietigt. En door
sporen op de grond kunnen beschadigde knollen worden aangetast.
Alternaria alternata daarentegen tast alleen beschadigd bladweefsel
aan. Alternaria alternata is eigenlijk een zwakte parasiet, die
toeslaat bij stress door bijvoorbeeld magnesium of mangaan tekort
of bij schade door wind, hagel of droogte. De symptomen van Alternaria
alternata worden minder zodra de stress van de plant vermindert.
Alternaria solani is dus veel fataler voor de plant dan Alternaria
alternata.
Het verschil is lastig. Onderzoekers van erkende Nederlandse
instituten bevestigen dat Alternaria solani verreweg de meest
belangrijke Alternariasoort is. Als we het over Alternaria hebben
bedoelen we dus bijna altijd Alternaria solani. Deze schimmel
tast vanaf het begin van de rijping ook gezonde planten aan. Alternaria
alternata kan alleen voor een aantasting zorgen als er beschadigd
bladweefsel is. Als er tijdens de volle groei, dus wat eerder
in het groeiseizoen, vlekjes op het blad ontstaan na een periode
van stress door b.v. droogte, hagel-, wind- of luizenschade, dan
kunt u te maken hebben met een aantasting door Alternaria alternata.
De vlekjes van deze schimmel zijn altijd klein en slechts enkele
rassen (zoals Markies) zijn vatbaar voor Alternaria alternata.
Zodra de stress verdwijnt en het gewas de groei kan hervatten,
stopt de uitbreiding omdat deze schimmel zich alleen op beschadigd
plantenweefsel kan ontwikkelen. Vooral de kleinere vlekken kunnen
makkelijk verward worden met magnesium gebrek. Maar nogmaals,
Alternaria solani is verreweg de belangrijkste en meest voorkomende
soort. Voor symptomen van Alternaria zie vraag “Hoe herken
ik Alternaria in aardappelen?” de plant dan Alternaria alternata.
Ja, vooral de laatste jaren. Aanvankelijk werd Alternaria rond
1995 voornamelijk in de IJsselmeerpolders gevonden maar sinds
enkele jaren vinden we Alternaria in alle delen van Nederland.
Syngenta volgt het verloop en de ontwikkeling van Alternaria in
aardappelen op de voet.
Onder gunstige omstandigheden kan Alternaria zich razendsnel
ontwikkelen. In twee tot drie weken tijd kan een gewas geheel
tengronde gaan aan een Alternaria aantasting.
Ja, waarschijnlijk wel. Alternaria kan in de grond (bijv. op
loofresten) wel 10 jaar overleven. Ook aangetast pootgoed zorgt
voor de verspreiding en instandhouding van de ziekte. Alleen een
consequente aanpak met het beste middel kan de ziekte binnen de
perken houden.
Er zijn twee factoren van belang: de weersomstandigheden en het
stadium van het gewas. Alternaria treedt op als een periode van
droog weer wordt opgevolgd door een aantal warme dagen met vocht
(gelijkmatige neerslag, veel dauw en/of een hoge relatieve vochtigheid).
Heel veel neerslag is weer negatief voor de ontwikkeling van een
infectie. Daarnaast kan Alternaria een gewas in de volle groei
zelden of nooit aantasten. Pas als het gewas in de afrijpingsfase
komt, wordt het vatbaar voor Alternaria.
|
De optimum temperatuur voor de productie van sporen is 22,5°C
en voor de kieming van de sporen zelfs 28 °C.
Alternaria kan een gewas in de volle groei zelden of nooit aantasten.
Pas als het gewas in de afrijpingsfase komt, wordt het vatbaar
voor Alternaria. Vrijwel al het pootgoed is tot aan het moment
van de loofdoding in volle groei en ontwikkeling en zal daarom
niet door Alternaria worden aangetast. Alleen uitgegroeid pootgoed,
consumptie- en zetmeelaardappelen zijn dus vatbaar.
Ja, voor Alternaria solani wel. Elk aardappelgewas kan in principe
worden aangetast door Alternaria solani. Er zijn, voor zover bekend,
geen grote rasverschillen. Wel is het zo, dat het moment waarop
de rijping begint rasafhankelijk is.
Zo zal een ras als Bintje, onder gunstige omstandigheden aangetast
kunnen worden, terwijl rassen als Agria en Asterix op dat zelfde
moment nog niet vatbaar zijn, omdat ze nog in volle groei zijn.
Hun vatbaarheid zit dus later in het seizoen. Voor Alternaria
alternata zijn er wel rasverschillen gevonden. Markies is bijvoorbeeld
gevoelig maar uit onderzoek blijkt dat rasverschillen minder groot
zijn dan het effect van bladbeschadiging.
Een preventieve aanpak, dus als het aardappelgewas nog nagenoeg
vrij is van Alternaria, is de beste aanpak. Het preventieve spuitmoment
is vrij goed vast te stellen op basis van de weersomstandigheden
en –voorspellingen, in combinatie met de rijpingstoestand
van het gewas.
Spuiten op een aanwezige aantasting levert altijd minder resultaat
op. Zeer uitgebreide en meerjarige proeven tonen aan dat Amistar
een zeer goede preventieve bescherming biedt tegen Alternaria.
In ieder geval d.m.v. preventief spuiten. Alternaria kan in zeer
korte tijd een prachtig aardappelgewas in een ruïne veranderen.
Een ziekte die zo snel om zich heen grijpt moet je voorkomen en
niet genezen. Amistar doet dat als de beste.
Amistar, preventief gespoten. Dat vindt niet alleen Syngenta
maar een onafhankelijke commissie van deskundigen uit binnen-
en buitenland (Tallinn) bevestigt dat. Deze deskundigen wegen
de werking van de middelen tegen elkaar af en Amistar krijgt van
hen de beste waardering. Onderstaande tabel is afkomstig van het
PPO AGV Lelystad..
LET OP: in de periode van bestrijden van Alternaria vormt knolphytophthora
de grootste bedreiging van uw aardappelgewas. Baseer uw keuze
allereerst op het voorkomen van knolphytophthora.
| |
Alternaria¹ |
Knolbescherming |
| Shirlan |
(+) |
++(+) |
| Amistar |
+++ |
- |
| Ranman |
- |
+++ |
| Unikat Pro |
++(+) |
++ |
| Sereno |
++ |
++ |
| Signum |
+++ |
- |
|
Bron PPO AGV Lelystad
¹ Afhankelijk van de soort Alternaria |
Voor het beste resultaat spuit u zodra er infectiekansen zijn
met Amistar in een dosering van 0,25 liter per hectare. Afhankelijk
van de duur van de teelt kunt u de bespuiting na 14 dagen herhalen.
Altijd mengen met 0,4 liter Shirlan per hectare om de knollen
te beschermen tegen Phytophthora
Omdat Alternaria een betrekkelijk nieuwe ziekte is, is niet iedereen
er goed in thuis. Syngenta heeft deskundige buitendienstmedewerkers
en die signaleren tijdig wanneer Alternaria optreedt. Aan de hand
van determinaties wordt ook de soort bepaald. Deze gegevens bespreken
we met uw leverancier van gewasbeschermingsmiddelen. In principe
kunt u dus altijd op dat adres terecht voor nadere informatie.
Juist vanwege ons landelijke overzicht en de jarenlange ervaring
met Alternaria kunt u uiteraard, eventueel samen met uw leverancier,
ook rechtstreeks bij ons terecht.
|