• Chrysant
  • Komkommer
  • Paprika
  • Pot- en Perkplant
  • Roos
  • Tomaat
Tomaat

Wittevlieg

Kaswittevlieg Op tomaat komt met name de kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) voor, maar in beperkte mate kom je ook de tabakswittevlieg (Bemisia tabaci) tegen. De wittevliegen voeden zich met de plantensappen.

Door het leegzuigen van de plantencellen veroorzaakt de kaswittevlieg misvormingen van de bladeren. Maar nog vervelender is, dat de kaswittevlieg grote hoeveelheden honingdauw uitscheidt. Op deze honingdauw gaan (roetdauw) schimmels groeien. De vruchten worden hierdoor onverkoopbaar.

Volwassen kaswittevlieg vindt u vooral in de kop van de plant, terwijl de tabakswittevlieg meer verspreid over de plant voorkomt.

De kaswittevlieg zet haar eieren af in cirkels aan de onderkant van de bladeren, in de top van de plant. De larven zitten dan ruim onder de top, op volledig gestrekte bladeren. De poppen zitten op het oudere blad. Ze zorgen voor een toename van volwassen vliegen in de komende 2 weken.

De tabakswittevlieg daarentegen zet zijn eieren meer verspreid over de plant af en niet in cirkels. In tegenstelling tot de kaswittevlieg zijn de larven en poppen van de tabakswittevlieg anders van vorm en kleur.

De larven zijn geler en minder behaard. De poppen hebben geen opstaande rand en de bekende twee rode vlekjes ontbreken.Vanwege de verschillende levenswijze moeten ze ook anders worden bestreden.

Gewasprogramma:

november t/m april

 

 

 


Hoe in de praktijk?

Preventieve acties:

  • Beperk wittevlieg door een schone teeltwisseling. Ruim alle wittevlieg aan het einde van de teelt op met een breedwerkend middel.
  • Zorg dat wittevlieg niet op het oude gewas of onkruid kan overblijven. Ruim dus alle oude gewasresten en onkruiden tijdens de teeltwisseling goed op.
  • Beperk wittevlieg door insectengaas in de ramen te plaatsen.
  • Doe gewaswaarnemingen. Hang bij de jonge aanplant ook ongeveer 20 signaalplaten per hectare op, om op tijd de eerste wittevlieg te kunnen waarnemen.

Curatieve acties:

  • Encarline fRuim alle wittevlieg bij aanvang van de teelt op met een effectief wittevliegmiddel. Zorg voor een goede spuittechniek waarbij groeiregulatoren als buprofezin en pyriproxifen en de parasitaire schimmel Verticillium lecanii aan de onderzijde van de bladeren terechtkomen.
  • Introduceer de biologische bestrijder Encarsia formosa (Encarline f) en Eretmocerus eremicus (Eretline e). Dit kan vanaf 2 weken na de laatste Vertimec behandeling. Start in ieder geval preventief vanaf februari met het wekelijks volvelds inzetten van één sluipwesp per m2. Zet tien tot vijftien Encarsia formosa of Eretmocerus eremicus sluipwespen per m2 in op en rond de haarden totdat 80% parasitering is verkregen.
  • Indien meer haarden gevonden worden, overgaan tot het wekelijks volvelds uitzetten van 1,5 tot 3 sluipwespen per m2.
  • Zet de roofwants Macrolophus caliginosus (Macroline c) in vanaf februari/maart met 1 per m2. Deze roofwants eet naast wittevlieg ook plagen als spint en vlindereieren. Introduceer 10 Macrolophus nimfen per plant in de wittevlieghaarden.

De aangegeven aantallen natuurlijke vijanden zijn richtdoseringen. Situaties kunnen van bedrijf tot bedrijf verschillen. Raadpleeg uw gewasbeschermingsadviseur voor een advies afgestemd op uw specifieke bedrijfsituatie.

© 2011 Syngenta