Mineervliegen
De
mineervlieg heeft ongeveer 200 plantensoorten als voedselbron. De meest
voorkomende mineervliegen in tomaat zijn de tomatenmineervlieg (Lyriomyza
bryoniae), de nerfmineervlieg (Lyriomyza huidobrensis) en de floridamineervlieg
( Lyriomyza trifolii).
De nerfmineervlieg prefereert lagere gemiddelde temperaturen dan de floridamineervlieg, vandaar dat deze een voorkeur heeft voor gewassen die zo rond de 20 ºC worden geteeld.
Het onderscheid met de floridamineervlieg is vooral terug te vinden in
de vorm van de mineergangen en de kleur van de larve. De larven van de
floridamineervlieg zijn geel van kleur, terwijl de larven van de nerfmineervlieg
creme-wit van kleur zijn.
De nerfmineervlieg dankt haar naam aan het feit dat ze de gangen meestal
langs de grote bladnerven aanbrengt. Bij de floridamineervlieg daarentegen,
lopen de gangen door het hele blad, maar minder over de nerven heen.
De tomatenmineervlieg komt bij ons vooral voor in tomaat en sla, maar kan ook in andere gewassen voorkomen zoals paprika.
De beschadiging van de plant bestaat uit voedingsstippen van de vrouwtjes en uit de mijnen die ontstaan als gevolg van het door het bladmoes heen vreten van de larven. De mijnen worden breder naarmate de larven groeien. Zij nemen meer voedsel op en produceren meer uitwerpselen, wat als een donkere lijn zichtbaar is in de mijn.
| Gewasprogramma: |
november t/m april |
|
|
Hoe in de praktijk?
Preventieve acties:
- Beperk het invliegen van de mineervlieg door insectengaas in de ramen te plaatsen.
- Verwijder alle onkruiden tijdens de teelt en teeltwisseling. Mineervlieg kan het onkruid gebruiken om haar eieren in af te zetten.
- Beperk mineervlieg door een schone teeltwisseling. Ruim alle mineervlieg aan het einde van elke teelt op met een breedwerkend middel, zoals Vertimec®Gold.
- Zorg zo voor een schone start.
Curatieve acties:
Ruim
alle mineervliegen bij aanvang van de teelt op met het middel Vertimec.- Introduceer dan de parasiet Diglyphus isaea (Digline i) minstens twee tot drie weken na de laatste Vertimec®Gold behandeling. Binnen 1 week nadat de eerste voedingsstippen zijn waargenomen en bij meer dan 1 gang per plant, 4 keer wekelijks 0,25 Diglyphus iseae per m2. Bij minder dan 50% parasitering, doorgaan met deze inzet.
- Zet een mix van de parasieten Dacnusa siberica/Diglyphus isaea (Dac/Digline s) in, binnen 1 week na het waarnemen van de eerste voedingsstippen en bij minder dan 1 gang per plant. Zet wekelijks 4 keer 0,25 parasieten per m2 van deze mix in. De parasiet, Dacnusa siberica, is effectiever bij een lagere aantasting.
- Zet Trigard in tijdens de hele geïntegreerde teelt ter correctie
van mineervlieglarven.
Waarom Trigard?
Waarom Vertimec® Gold?
Dus met Vertimec® Gold bent u verzekerd van een schone en veilige start van uw teelt.
