Spint
Spint
(Tetranychus urticae) is op meer dan 180 verschillende waardplanten
waargenomen waaronder diverse pot- en perkplanten. Spint komt (overdag)
vooral aan de onderzijde van de bladeren voor. De spintmijt doorboort
met zijn scherpe monddelen de bladeren.
Het leegzuigen van de plantencellen veroorzaakt gele plekken op de bladeren. De mijten kunnen ook schade geven, doordat de plant met spinrag wordt bedekt. De bladactiviteit en de productiviteit wordt hierdoor verminderd.
Eieren worden in het algemeen afgezet aan de onderkant van het blad.
De volwassen spintmijten kunnen op beschutte plaatsen overwinteren en
bij lage temperaturen in diapause (winterrust) gaan. Vrouwtjes die in
diapause zijn, hebben een oranje / rode kleur in plaats van hun gebruikelijke
geel-groene kleur.
Hoe in de praktijk?
Preventieve acties:
- Beperk de spint door een schone teeltwisseling. Ruim alle spint en trips aan het einde van de teelt op met een breedwerkend middel, zoals Vertimec Gold.
- Door de luchtvochtigheid in de kas zo hoog mogelijk te houden, kan de spintontwikkeling worden geremd.
- Vermijdt tochtplekken, zodat spint zich minder gemakkelijk kan verspreiden.
Curatieve acties:
- Zorg voor een schone start door alle spint bij aanvang op te ruimen met Vertimec Gold.
- Introduceer de biologische bestrijder Phytoseiulus persimilis (Phytoline p) minimaal een week na de laatste Vertimec Gold bespuiting of zodra de spint weer wordt waargenomen. Zet wekelijks (min. 3 keer) 20 tot 100 roofmijten per m² ruim rond de haarden uit.
- Heeft u meerdere haarden gevonden, dan kunt u 10 Phytoseiulus-roofmijten per m² volvelds uitzetten. Dit moet u indien nodig na 2 weken herhalen.
- Bij het zien van de eerste spinthaard, kunt u 1 koker van de galmug Feltiella acarisuga (Feltiline a) per spinthaard uitzetten.
- Een nieuwe spintbestrijder is Amblyseius andersonii (Anderline aa). Deze roofmijt kan nog beter tegen droogte en kan langer zonder voedsel overleven. Bovendien eet ze beter spint. Een groot voordeel is dat deze roofmijt in een kweekzakje geleverd wordt. Hierdoor krijgt u over een langere periode dagelijks nieuwe roofmijten in uw gewas. Introduceer de roofmijt Amblyseius andersonii eenmalig, nog voordat u spint verwacht. Dosering: 1 kweekzakje 2-4 per m². Ruim om de spinthaarden.
- Een extra spintbestrijder voor warme en tochtige plaatsen is Amblyseius californicus (Amblyline cal). Deze roofmijt kan goed tegen droogte en kan langer zonder voedsel overleven. Maar let op: ze eet minder spint. Dosering: in de haarden 100/m².
- Spuit Vertimec Gold minstens twee keer achter elkaar (bloktoepassing) met voldoende water zo goed mogelijk onderdoor om schoon te eindigen.
Het aangegeven aantal natuurlijke vijanden is een richtdosering. Situaties
kunnen van bedrijf tot bedrijf verschillen. Raadpleeg uw gewasbeschermingsadviseur
voor een advies afgestemd op uw specifieke bedrijfssituatie.
De lengte van de teelt en het wel of niet tussenplanten spelen mee bij de beslissing om door te gaan met natuurlijke vijanden. Voor zwaar aangetaste planten kan men het best plaatselijk Vertimec Gold ter correctie gebruiken.
Waarom Vertimec® Gold?
Bestrijdt
in 1 klap spint, mineervlieg en trips.- Redelijk goed integreerbaar.
- Is zacht voor het gewas.
Met Vertimec®Gold bent u verzekerd van een schoon eindproduct en een veilige start van de teelt.
Waarom Phytoline p?
Waarom Feltiline a?
Waarom Anderline aa?
Presteert
ook goed onder droge en voedselschaarse omstandigheden.- Ondersteuning van Phytoline p op lange termijn.
- Leverbaar in kweekzakje.
- Bestrijdt naast spint ook andere mijten (zoals weekhuidmijten).
Waarom
Ambyline cal?
- Vooral in haarden een extra ondersteuning.


