• Chrysant
  • Komkommer
  • Paprika
  • Pot- en Perkplant
  • Roos
  • Tomaat

Mineervliegen

Mineervliegen De mineervlieg heeft ongeveer 200 plantensoorten als voedselbron. De meest voorkomende mineervliegen in paprika zijn de tomatenmineervlieg (Lyriomyza bryoniae), nerfmineervlieg (Lyriomyza huidobrensis) en de floridamineervlieg ( Lyriomyza trifolii).

De nerfmineervlieg prefereert lagere gemiddelde temperaturen dan de floridamineervlieg, vandaar een deze een voorkeur heeft voor gewassen die zo rond de 20 ºC worden geteeld. Het onderscheid met de floridamineervlieg is vooral terug te vinden in de vorm van de mineergangen en de kleur van de larve.

De nerfmineervlieg dankt haar naam aan het feit dat de gangen meestal langs de grote bladnerven worden gevormd. Bij de floridamineervlieg daarentegen, lopen de gangen door het hele blad maar minder over de nerven heen.

De tomatenmineervlieg en nerfmineervlieg onderscheiden zich van de floridamineervlieg, door de creme-witte kleur van de larven. De larven van de floridamineervlieg zijn geel. De tomatenmineervlieg komt bij ons vooral voor in tomaat en sla, maar kan ook in andere gewassen, zoals paprika voorkomen.

De plant raakt beschadigd door de voedingsstippen van de vrouwtjes en de mijnen (gangen) in het blad. De mijnen ontstaan doordat de larven zich door het bladmoes heen vreten. Mijnen worden breder naarmate de larven groeien. Zij nemen meer voedsel op en produceren meer uitwerpselen, die als een donkere lijn zichtbaar zijn in de mijn.

Hoe in de praktijk?

Preventieve acties:

  • Beperk het invliegen van mineervlieg door insectengaas in de ramen te plaatsen.
  • Verwijder alle onkruiden tijdens de teelt en teeltwisseling. Mineervlieg kan het onkruid gebruiken om haar eieren in af te zetten.
  • Zorg voor een schone teeltwisseling. Ruim alle mineervlieg aan het einde van elke teelt op met een breedwerkend middel, zoals Vertimec Gold.
  • Zorg zo voor een schone start.

Curatieve acties:

  • Digiline iRuim alle mineervlieg bij aanvang van de teelt op met het middel Vertimec Gold.
  • Introduceer dan de parasiet Diglyphus isaea (Digline i ) minstens twee tot drie weken na de laatste Vertimec Gold behandeling. Binnen 1 week nadat de eerste voedingsstippen zijn waargenomen en bij meer dan 1 gang per plant, 4 keer wekelijks 0,25 parasiet per vierkante meter inzetten. Bij minder dan 50% parasitering, doorgaan met deze inzet.
  • Zet een mix van de parasieten Dacnusa siberica / Diglyphus isaea (Dac/Digline si) in binnen 1 week na het waarnemen van de eerste voedingsstippen en bij minder dan 1 gang per plant. Zet wekelijks 4 keer 0,25 parasieten per vierkante meter van deze mix in. De parasiet, Dacnusa siberica, zoekt beter bij wat lagere temperatuur.
  • Zet Trigard in tijdens de hele geïntegreerde teelt ter correctie van mineervlieglarven.

Bij hoge aantasting moet minimaal 60% parasitering worden gehaald, voordat u kunt stoppen met inzetten.

De aangegeven aantallen natuurlijke vijanden zijn richtdoseringen. Situaties kunnen van bedrijf tot bedrijf verschillen. Raadpleeg uw gewasbeschermingsadviseur voor een advies afgestemd op uw specifieke bedrijfsituatie.

Waarom Vertimec® Gold?

  • Vertimec® GoldBestrijdt in 1 keer trips en spint.
  • Relatief goed integreerbaar.
  • Is zacht voor het gewas.

Met Vertimec Gold bent u verzekerd van een schone en veilige start van uw teelt.

Waarom Trigard?

  • TrigardBestrijdt alle soorten mineervlieglarven.
  • Is uitstekend integreerbaar.

© 2011 Syngenta