Mineervlieg (geïntegreerde bestrijding)
Mineervliegen hebben ongeveer 200 plantensoorten als voedselbron. De meest
voorkomende mineervliegen in chrysant zijn de floridamineervlieg (Lyriomyza
trifolii) en de nerfmineervlieg (Lyriomyza huidobrensis).
De nerfmineervlieg prefereert lagere gemiddelde temperaturen dan de floridamineervlieg,
vandaar dat deze een voorkeur heeft voor gewassen die zo rond de
20 ºC
worden geteeld.
Het onderscheid met de floridamineervlieg is vooral terug te vinden in de vorm van de mineergangen en de kleur van de larve. De larven van de floridamineervlieg zijn geel van kleur, terwijl de larven van de nerfmineervlieg creme-wit van kleur zijn.
De nerfmineervlieg dankt haar naam aan het feit dat ze de gangen meestal langs de grote bladnerfen aanbrengt. Bij de floridamineervlieg daarentegen lopen de gangen door het hele blad, maar minder over de nerven heen.
De beschadiging van de plant bestaat uit voedingsstippen van de vrouwtjes en uit de mijnen die ontstaan als gevolg van het door het bladmoes heen vreten van de larven. De mijnen worden breder naarmate de larven groeien. Zij nemen meer voedsel op en produceren meer uitwerpselen, wat als een donkere lijn zichtbaar is in de mijn.
Geïntegreerde oplossing
Voorwaarden voor een succesvolle geïntegreerde plaagbestrijding
- Start schoon.
- Neem goed waar en laat je niet verrassen.
- Aanpak per vak.
- Begin op tijd en kijk vooruit.
Er zijn voldoende chemische middelen aanwezig, die prima te combineren zijn
met natuurlijke vijanden. Daarom dienen de natuurlijke vijanden voornamelijk
als ondersteuning op de chemie.
Hoe in de geïntegreerde praktijk?
Preventieve acties:
- Start schoon, spuit in de eerste 2 weken van de teelt met Vertimec® Gold . Hierdoor worden eveneens trips en spint bestreden.
- Zet vanaf de 3eweek de sluipwesp Diglyphus isaea (2.000 st./ha) uit (en
in de winter ook: Dacnusa sibirica), zodra de eerste mineervlieg op de signaalplaat
of eerste bladschade wordt waargenomen.
MineervliegschadeCuratieve acties:
Zet
de sluipwesp Diglyphus isaea (Digline i) wekelijks (2.000 st./ha) uit, tijdens
de korte dagperiode onder een gesloten schermdoek. Begin hiermee minimaal
vijf dagen na de laatste Vertimec® Gold behandeling,
zodra de eerste mineervlieg of schade wordt waargenomen. Stop 2 weken voor
de oogst.- Zolang er mineervliegen op de platen gesignaleerd worden, moet de sluipwesp ondersteund worden met een blok van minimaal 3x Trigard® per teeltcyclus.
- Het larvestadium van de mineervlieg kan in de zomer korter zijn dan een
week. Reageer hierop door het interval tussen de Trigard behandelingen te
verkorten tot 3-5 dagen, zodat u de ontsnapte mineervlieglarven niet de
kans geeft zich te ontwikkelen.
Correctie
Neem goed waar in het gewas. De mineervlieggangen zijn vaak bedekt onder de bovenste bladeren. Zorg voor een voldoende kort interval met Trigard®. Indien de mineervliegdruk te ver oploopt zal u moeten overschakelen naar Vertimec® Gold in combinatie met Trigard®.
Waarom Digline i?
Diglyphus
isaea is de meest effectieve bestrijder van mineervlieg.- Ze doodt ongeveer 360 mineervlieglarven tijdens haar leven.
- Ze is een uitstekende zoeker en verspreidt zich gemakkelijk.
- Ze voedt zich met jonge larven, waardoor deze zich niet verder kunnen ontwikkelen.
- De gangen blijven zeer kort tot verwaarloosbaar.
- Er ontwikkelt zich geen mineervliegpop.
Waarom Vertimec® Gold?
Sterke
mineervliegbestrijding.- Lange nawerking op mineervlieg door translaminaire werking.
- Breedwerkend ook voor trips en spint.
Waarom Trigard®?
Bestrijdt
alle soorten mineervlieglarven.- Samen met de sluipwesp Diglyphus isaea vormt het een ijzersterk koppel.
- Bij normaal gebruik, onschadelijk voor de natuurlijke vijanden.
Waarom Dacline s?

